• vaste voet aan de grond krijgen (=iets gedaan krijgen en/of als gebruikelijk beschouwd gaan worden) • vaste grond onder de voeten hebben (=weten waar men op steunt - in een goede positie verkeren) • uit de grond stampen (=erg snel iets opbouwen) • tussen lepel en mond valt veel pap op de grond (=problemen komen vaak pas op het laatst) • te gronde gaan (=verdwijnen, niet verder kunnen bestaan) Toon alle 18 spreekwoorden die grond bevatten